Mattijs Bellers: “Het is een ervaring die ik voor geen goud zou willen missen.”

Basketbal wedstrijdbeeld

De gemeente Losser, de Schatkamer van Twente. Waar de Dinkel over de grens meandert en de Tankenberg het hoogste punt van de stuwwal én van Overijssel is. Met de dorpen Beuningen, Glane, de Lutte, Overdinkel en Losser en het omringende licht-glooiende landschap. Groen, genoeglijk, gastvrij. Met talloze enthousiaste onder nemers, actieve dorpsraden, gezellige verenigingen en blijvend Noaberschap. Schatten die soms eeuwenlang op dezelfde plek blijven, maar ook schatten die zichtbaar worden doordat ze zich verplaatsen. Een van deze uitgevlogen schatten is Mattijs Bellers, rolstoelbasketballer, bronzen medaillewinnaar op het afgelopen EK en tegenwoordig spelend op Sardinië. Met Mattijs gaan we in gesprek over de rol van de sport in zijn leven en zijn band met Overdinkel.

Mattijs, rolstoelbasketbal is misschien niet bij iedereen bekend. Wat kan je ons over de sport vertellen?

“Het spel op zich lijkt veel op regulier basketbal, met hetzelfde veld en dezelfde posities. Het uiteindelijke doel is om de bal in de basket te krijgen. Er zijn echter enkele belangrijke verschillen. Bij gewoon basketbal heb je bijvoorbeeld de 'second dribble' regel, wat betekent dat je niet mag dribbelen, stoppen en dan weer dribbelen. Bij rolstoelbasketbal mag je 2 keer aan je wielen zitten en dan moet je weer dribbelen. Dus je mag de bal wel vasthouden en daarna weer dribbelen maar je moet dribbelen. Bij internationale- en Europacupwedstrijden hebben we een puntenclassificatie om teams eerlijk in te delen op basis van de spelers hun handicap. Als team mag je verdeeld over vijf spelers 14 punten in het team hebben. Artsen bepalen deze puntenaantallen op basis van de mate van handicap. Ikzelf heb een classificatie van 4,5, wat de hoogste score is en betekent dat ik, ondanks mijn handicap, relatief minder beperkingen heb. Hierdoor moet de coach in het team keuzes maken, omdat het totale puntenaantal op het veld niet boven een bepaalde limiet mag komen.”, aldus Mattijs.

En hoe ben jij in deze sport beland?

Mattijs: “Op mijn 13e begon ik met rolstoelbasketbal. Voor die tijd was ik een fanatieke zwemmer, maar ik was uiteindelijk wel op zoek naar een teamsport. Na een operatie moest ik voor revalidatie naar het Roessing. Daar werd mij gevraagd of ik interesse had om rolstoelbasketbal uit te proberen. Ik was de individuele sport ook wel een beetje zat dus besloot ik een keer te gaan kijken. Sindsdien ben ik verkocht aan deze sport.”

Toen ging het heel snel. Waar heeft jouw carrière je tot nu toe gebracht?

“In Overdinkel zat geen rolstoelbasketbalvereniging, dus moest ik verder kijken. Bij ISV in Hengelo kon dit wel. Daar heb ik tot mijn 17e, 18e gespeeld. En vanaf dat moment heb ik er mijn werk van kunnen maken. De eerste stap was Osnabrück, nog redelijk in de buurt en een hoger niveau. Daarna heb ik in Duitsland een transfer gemaakt naar het hoogste niveau, bij een club in Trier. Toen kwamen er kansen in Frankrijk voorbij, dus ben ik daar naartoe gegaan. Om daarna weer in Duitsland te gaan spelen. Sinds dit seizoen speel ik op Sardinië, bij Dinamolab Sassari.”, vertelt Mattijs.

Je hebt dus al veel verschillende teams en competities gezien. Wat maakt het steeds weer anders?

Mattijs: In het buitenland is rolstoelbasketbal een grote sport, terwijl het in Nederland relatief klein is. En er wordt heel anders gespeeld. In Italië is het spel, wat ik begrepen heb, veel meer fysiek. Daar kan ik met mijn lengte mooi aan meedoen. En toen ik de stap van Nederland naar Duitsland maakte merkte ik gewoon dat de sport daar veel groter is. Met soms wel 1600 toeschouwers op de tribune, dat zie je in Nederland niet. In Duitsland wordt de sport door veel meer mensen gespeeld, dus ook door valide spelers. Die krijgen dan net als ik de classificatie 4,5. Het maakt de sport en de competitie een stuk aantrekkelijker. Hopelijk zien we dat straks in meer landen. Het mag al wel in Nederland, maar het gebeurt nog weinig.”

Je geeft aan dat jij de hoogst mogelijke classificatie krijgt, dus dat je bij de meest valide spelers hoort. Wat kan je ons vertellen over je handicap?

“Ik heb mijn handicap altijd gehad, maar pas op mijn 8/9e werden er onderzoeken gedaan. Er is eigenlijk nooit een exacte diagnose gesteld, maar het is een spieraandoening die ervoor zorgt dat ik hypermobiel ben en mijn gewrichten niet helemaal goed functioneren. Hierdoor kan ik niet lang lopen en staan. Ik ben ook een paar keer geopereerd. En daarna dus met deze sport in aanraking gekomen. Om de sport in Nederland, en internationaal, te mogen spelen moet je een zware keuring ondergaan. Bij die keuring wordt gekeken hoe valide je bent en welke classificatie je dus krijgt.” legt Mattijs uit.

Even over het afgelopen jaar met het Nederlands team. Jullie haalden brons op het EK. Hoe voelde dat?

Mattijs: “Dit jaar was bijzonder omdat we zowel het wereldkampioenschap in Dubai als het Europees kampioenschap hebben gespeeld vanwege verschuivingen in het schema. We behaalden een bronzen medaille op het EK, dat klinkt heel mooi, maar stiekem baalden we er wel van. Ons doel was de finale bereiken, zodat we ons direct kwalificeerden voor de Olympische Spelen. Dat is helaas niet gelukt, dus nu gaan we deelnemen aan een kwalificatietoernooi met zeven andere landen. De beste vier landen kwalificeren zich voor de Spelen. En daar gaan we vol voor! Na de Spelen in Rio worden dit dan mijn tweede Olympische Spelen, en dat is toch het hoogst haalbare.”

Wat maakt deze sport zo mooi voor jou?

“Het mooiste aan deze sport is dat ik er mijn brood mee verdien en dat ik de kans heb gekregen om veel verschillende plaatsen te bezoeken, mensen te ontmoeten en in contact te komen met diverse culturen. Het is een ervaring die ik voor geen goud zou willen missen.”, aldus Mattijs.

Basketballers in actie

Overdinkel. Daar kom je vandaan. Wat zijn de plekken die je opzoekt als je weer in het dorp bent?

Mattijs: “Dat zijn eigenlijk twee plekken. Ik ging altijd direct bij mijn opa op bezoek. Helaas is hij onlangs overleden. Maar dat voelde voor mij echt altijd als thuiskomen. De tweede plek is de Plus Supermarkt. Deze is jarenlang van mijn ouders geweest, ik heb er zelf veel gewerkt en doe er als ik in het dorp ben nog steeds mijn boodschappen. Ondanks dat de winkel niet meer van mijn ouders is liggen er nog heel veel mooie herinneringen. Ik kom niet vaak meer in Overdinkel, maar als ik er kom is het om mijn ouders op te zoeken.”

En zien we je na je carrière weer terug?

“In de sport kan je het nooit helemaal voorspellen, maar rolstoelbasketbal kan je tot in de 40 beoefenen, afhankelijk van blessures. Ik ben opgeleid tot fysiotherapeut en geef al zwemlessen aan kinderen met een beperking. Misschien ga ik daar wel wat mee doen. Dat lijkt me een mooie combinatie. Terug naar Overdinkel staat op dit moment niet op de planning. We wonen prima in Nijmegen.” sluit Mattijs af.

Bedankt voor het delen van je verhaal, Mattijs. We wensen je veel succes in je toekomstige carrière en blijf genieten van de sport en het reizen!

In dit artikel las je meer over één van de talloze schatten in de Schatkamer van Twente. Schatten die misschien niet altijd een belletje doen rinkelen, maar wel schatten die onze gemeente Losser een onmeunig mooie plek maken om te wonen, werken en te recreëren. Meer weten over de Schatkamer van Twente? Kijk op www.visitdeluttelosser.nl

Foto’s: Steffie Wunderl