Gemeentelijk monument, aanwijzing

Voordat het college de procedure voor het aanwijzen als monument start, wordt eerst advies gevraagd aan de monumentencommissie over het historische belang van het object.

De monumentencommissie beoordeelt op aspecten als architectuurhistorie, zeldzaamheid, gaafheid, belang voor de beeldkwaliteit en plaats in de geschiedenis. De monumentencommissie kan ook zelf het college adviseren om objecten als gemeentelijk monument aan te wijzen. In de praktijk is dit laatste het meest gebruikelijk. Ook anderen, die belang hebben bij het gebouw (zoals de eigenaar), kunnen een verzoek tot aanwijzing indienen. In het verzoek moet aangegeven worden om welke redenen het object als gemeentelijk monument moet worden aangewezen. Hieruit moet duidelijk blijken wat het algemeen belang is van het object, bijvoorbeeld op het gebied van schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Het is raadzaam om foto’s van het object mee te sturen.

In de beschrijving die van een mogelijk gemeentelijk monument wordt gemaakt, worden het object en de redenen waarom het als monument moet worden aangewezen, uitgebreid beschreven. Zodra een verzoek tot aanwijzing door het college is ontvangen, zijn de artikelen in de Erfgoedverordening van toepassing die de bescherming van het pand regelen. Deze zogenaamde ‘voorbescherming’ geldt zolang de aanwijzingsprocedure loopt.

Naast het advies van de monumentencommissie betrekt het college ook de zienswijzen van de belanghebbenden, meestal de eigenaar, in het besluit.

Als het college een definitief besluit heeft genomen over de aanwijzing, ontvangt de eigenaar hierover bericht. Iedere belanghebbende kan vervolgens binnen zes weken bezwaar aantekenen.

Meer informatie

Gemeente Losser, afdeling Vergunningen en Handhaving
t. (053 5377444)