Kijkersvragen online infoavond Energietransitie in Losser

online infoavond energie

Op 30 juni vond een webinar, een online informatieavond, plaats over de energietransitie in Losser. De regionale energiestrategie (RES), het concept windbeleid, zonneparken en het aardgasvrij maken van wijken worden toegelicht. Tijdens de uitzending was er voor kijkers gelegenheid om vragen in te zenden, die tijdens de uitzending zoveel mogelijk zijn beantwoord. Hier vindt u alle gestelde vragen, voorzien van antwoorden.

RES 1.0

In de kaart van de RES Twente staat ook een gebied aangewezen voor aanplant van bos? Waar komt dat vandaan? En waarom juist Beuningen en Denekamp?  

Antwoord: De bosstrategie is een afspraak tussen de provincie en het rijk waarbij in Overijssel 1,1 miljoen bomen moeten worden aangeplant. De provincie probeert dat waar mogelijk te combineren met de energieopgave in de vorm van windmolens. In de RES 1.0 worden dit meekoppelkansen genoemd. In de provinciale Omgevingsvisie wordt het belang van bos- en natuurbehoud in algemene zin beschreven. Specifieke gebieden worden daarbij niet genoemd. In die zin heeft de aanduiding op de RES-kaart geen locatie gebonden betekenis. De bosstrategie geldt ook voor heel Overijssel. 
De RES-werkkaart met zoekgebieden is ook echt een werkkaart en maakt geen onderdeel uit van het RES 1.0.

Netcapaciteit

Het wordt steeds moeilijker om energie terug te leveren aan het net omdat het stroomnet al overbelast is.

Antwoord: we werken samen met netbeheerders. De knelpunten zijn bekend. De netbeheerder wil graag op tijd weten waar de vraag ligt en waar het net verzwaard moet worden. Daar is ook een oproep aan de politiek om snel concreet te worden, waar de projecten komen. 

Hoe wordt de energieopbrengst door zonnepanelen op huizen geïnventariseerd?

Antwoord: dat wordt gedaan middels beelden vanuit de lucht, zoals luchtfoto’s en beelden van satellieten. Vanuit de lucht worden foto’s gemaakt en daarmee kunnen de zonnepanelen geteld worden. Voor meer informatie: https://zonnedakje.nl

Lokale initiatieven

Stel er wordt in een buurt een grootschalig project gerealiseerd (groengas, zon of wind)
Is het dan als dorp of buurt af te dwingen bij de gemeente dat het daar dan ook 15 jaar lang bij blijft? Dus afspraken over een limiet als er 1 project ontwikkeld wordt. Is de gemeente hier toe bereid?

Antwoord: deze toezegging kunnen we als gemeente niet maken. Het beleid voor zonnevelden en het windbeleid (nu nog in concept) zijn leidend voor nieuwe initiatieven. Er ligt een grote opgave voor het lokaal opwekken van duurzame energie, ook na 2030. Wel maken we keuzes om bepaalde gebieden niet te overvragen, zoals nu het geval bij Overdinkel. Daar is een zoekgebied voor windmolens aangewezen, maar wordt al een zonneveld gerealiseerd. Daarom is de keuze gemaakt om daar geen windmolens toe te staan. Dat wordt overigens wel mogelijk wanneer er een initiatief vanuit inwoners zelf wordt aangedragen. Lokale initiatieven vanuit de samenleving willen we niet in de weg staan, waar draagvlak is pakken we het graag met de inwoners samen op. Overigens worden voor zowel zonnevelden als windmolens vergunningen verleend voor de duur van 25 jaar. Daarna moet de grond in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht. 
Helaas komen de geplande turbines ten oosten van de Lutt,e pal naast ca. 500 ha historische landgoederen geplaatst.

Antwoord: In de Lutte is sprake van een landsgrensoverschrijdend initiatief voor 6 windturbines. Voor de 4 in Nederland geprojecteerde turbines bedraagt de kortste afstand tussen turbines en het landgoed ongeveer 1 kilometer. Overigens gaat het hier nog om een planinitiatief en niet om een concrete vergunningaanvraag. Voor de toetsing van een eventuele aanvraag zal het nog vast te stellen NOT-windbeleid een belangrijke rol spelen. De belangen en aanwezigheid van landgoederen zal worden meegewogen bij de vaststelling van het windbeleid en ook bij de latere toetsing van een eventuele aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het windproject. 

Milieu effecten

Welke milieubeoordelingen zijn of worden er gemaakt voor windmolens binnen de gemeente?

Antwoord: Dat hangt mede van een concrete aanvraag voor een vergunning af. Zonder volledig te zijn gaat het om de toetsing aan geluidsnormen, mogelijke slagschaduwhinder, veiligheid (rotorbreuk en ijsval), flora- en met name faunaeffecten (met name vliegende soorten), aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnetwerk en bereikbaarheids- en onderhoudsmogelijkheden, zowel tijdens de bouw als in de exploitatiefase. Er is in ieder geval een concrete MER-beoordeling van alle milieuaspecten nodig in verband met een aanvraag, tenzij er inmiddels een MER beoordeling op Rijksniveau heeft plaatsgevonden in verband met de landelijke regelgeving voor windturbines. 

Uitspraak Raad van State windmolens

Ik las dat de Nederlandse aanpak van windturbines in strijd is met Europees recht. Heeft dit nog consequentie voor locaties in Losser?

Antwoord: Op 30 juni is daar door de Raad van State een uitspraak over gedaan. De Raad van State heeft daarbij bepaald dat de landelijke milieuregels niet toegepast mogen worden zonder dat de effecten van die regels vooraf beoordeeld zijn op basis van een plan-MER (Milieu Effecten Rapportage). Dat beoordelingsproces was voorafgaand aan deze rechtszaak niet voldoende doorlopen, heeft de rechter besloten. Waarschijnlijk zal die plan-MER alsnog uitgevoerd worden. Wij verwachten niet dat de landelijke regels daarna ingrijpend zullen wijzigen. De uitspraak heeft op zich consequenties voor het planinitiatief in Losser. Als daar een aanvraag voor wordt ingediend is er een afzonderlijke MER-beoordeling nodig zolang de MER-beoordeling op Rijksniveau nog niet heeft plaatsgevonden. Voorheen was een toetsing aan de betreffend milieuregels uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling voldoende. 

Warmtetransitie

Als een wijk geschikt wordt geacht voor all-electric, betekent dit dat de wijk dan niet op het warmtenet wordt aangesloten? Zo ja, wat als all-electric voor een woning toch niet voldoende blijkt te zijn? Een woning uit 1992 met label A is qua isolatie niet te vergelijken met een woning uit 2020.

Antwoord: binnen de gemeente Losser zijn er geen mogelijkheden voor grootschalige warmtenetten. Als we het in Losser  over een warmtenet hebben dan hebben we het over een kleinschalig warmtenet met bodemwarmte. Dit is ook een all-electric oplossing. Voor zo’n kleinschalig warmtenet moet nog verder onderzoek worden uitgevoerd of dat technisch en financieel haalbaar is.  
Alle woningen moeten geschikt gemaakt worden voor een aardgasvrije oplossing. Het is belangrijk dat voor iedere woning een plan wordt gemaakt waarin de woning wordt geanalyseerd en aanpassingen worden beschreven die de bewoner kan uitvoeren om klaar te zijn voor aardgasvrij  worden. Uit de analyse blijkt dan in hoeverre de woning geschikt kan worden gemaakt voor een (all electric) aardgasvrije oplossing. Daar waar dit echt niet mogelijk is, kan bijvoorbeeld een hybride oplossing een mogelijkheid zijn.

Voor de bepaling welk soort techniek geschikt is voor een wijk wordt gebruik gemaakt van het o.a. het bouwjaar en energielabel. Dit leidt er in mijn wijk toe dat de warmtepomp op lage temperatuur-warmte als geschikt wordt geacht. Mijn woning heeft label A, maar zou je een keuring ter plaatse doen door een deskundige, dan komt er zeker geen label A uit. Hoe gaat de gemeente hiermee om?

Antwoord: het label is een indicatie van de mate van duurzaamheid van een woning. Het inschakelen van bijv. een wooncoach of een professionele deskundige is zeker aan te raden om een goede analyse van de woning te maken. In het algemeen geldt dat het verduurzamen van woningen het beste kan worden gedaan aan de hand van een goed plan per woning. De gemeente speelt geen rol bij het toekennen van labels van woningen.

Wat als een warmtepomp op lage temperatuur-warmte niet afdoende blijkt, voor wiens rekening en risico komt dat dan? Wie gaat ervoor zorgen dat ik comfortabel kan wonen? Is er dan nog de mogelijkheid op hoge temperatuur-warmte over te gaan?

Antwoord: de aanpassingen van een woning komen voor rekening en risico van de woningeigenaar. Risico's zijn wel te verkleinen door voor individuele woningen een goed onderbouwd plan te maken over welke stappen er nodig zijn om in de toekomst comfortabel van het aardgas af te kunnen. 
De gemeente ondersteunt door het faciliteren van de wooncoaches en het bieden van een handelingsperpectief.

Waarom moet Nederland van het gas af terwijl landen om ons heen bijv. Duitsland de overstap naar aardgas subsidiëren? 

Antwoord: Duitsland heeft wat betreft de warmteopgave een ander traject te gaan dan Nederland. Duistsland verwarmt nog veel op o.a. steenkool bruinkool. Vergeleken daarmee is aardgas al een hele verbetering. Ook Duitsland zal, door de Europese Klimaatafspraken, op termijn naar een meer fossielvrije warmtevoorziening voor woningen moeten komen, waardoor daar ook aardgas voor woningen in de toekomst steeds verder beperkt zal worden is de verwachting. Nederland is al een stap verder. We hebben ook te maken met de problematiek in Groningen, daar willen we de gaswinning stoppen. Dan willen we niet afhankelijk worden van gas uit het buitenland. 

Subsidies/kosten

Ik wil wel zonnepanelen op mijn dak. Waarom zit hier geen aantrekkelijke subsidie op vanuit rijk of gemeente?

Antwoord: de gemeente heeft geen subsidies voor zonnepanelen op dak. De gemeente sluit aan bij regelingen van het Rijk en de provincie. Op dit moment zijn er geen regelingen voor zonnepanelen via het Rijk en de provincie.
 Op de website van het energieloket is opgenomen dat het aanschaffen van zonnepanelen een zeer rendabele investering is. Voor meer informatie: Zonnepanelen | Duurzaam Bouwloket

Mijn wijk moet in 2030 aardgasvrij zijn. Als ik in 2030 over moet gaan op een warmtepomp, dan is mijn cv-ketel nog niet economisch afgeschreven. Verder zijn de kosten voor een warmtepomp nu nog relatief hoog. Naarmate je meer richting 2050 gaat en het meer massaproductie is geworden en het product is doorontwikkeld, zullen de kosten waarschijnlijk dalen. Tot slot schrijf je tussen 2030 en 2050 de warmtepomp al 2x af. Kortom, de huiseigenaar die in 2030 van het aardgas af moet zijn, zal met allerlei kosten en afschrijvingen te maken krijgen waar de huiseigenaren die pas in 2050 van het aardgas af moeten zijn niet mee te maken krijgen. Gaat de gemeente dit alles compenseren?

Antwoord: vanuit de gemeente wordt niemand verplicht om over te stappen naar aardgasvrij. Het verduurzamen van een woning kan in stapjes voor huiseigenaren, op natuurlijke momenten. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van je cv-ketel, dan kun je kijken wat alternatieven zijn. Het is een investering, maar in verloop van tijd verdient zich dat terug. Het begint in ieder geval met isoleren, wat het wooncomfort verhoogt en het energieverbruik terugbrengt. En wat je niet gebruikt, hoeft ook niet opgewekt te worden. Uiteindelijk is de laatste stap een aardgasvrije woning. 

Grensoverschrijdende samenwerking

Werken we behalve met Bad Bentheim ook met Gronau samen?

Antwoord: de samenwerking met Bad Bentheim houdt verband met en is ontstaan in verband met het landsgrensoverschrijdende windinitiatief ten noorden van de grensovergang A1. Langs de gemeentegrens met Gronau is geen sprake van een concreet windproject. Op basis van het nog vast te stellen NOT-windbeleid wordt het ook niet mogelijk om binnen het zoekgebied rond Overdinkel/Glane windturbines te plaatsen, tenzij er draagvlak voor is en het om een lokaal initiatief gaat. Overigens wordt er ook met Gronau wel samengewerkt, bijvoorbeeld bij een mogelijke herinrichting van het gebiedje rond de Drielandsteen.

Concept windbeleid

Zijn de locaties die nu zijn aangewezen voor windmolens ver genoeg van de woningen af? 

Antwoord: bij het plaatsen van windmolens moet rekening worden gehouden met de gevolgen die ze kunnen hebben voor de (woon-)omgeving. Het kan daarbij onder meer gaan om de slagschaduw, geluid en de veiligheid. In het concept windbeleid (hoofdstuk 6) worden de regels toegelicht die gelden voor geluid en voor slagschaduw. Zo gelden er ook regels voor veiligheid. De regels zijn te raadplegen in het Activiteitenbesluit milieubeheer (par. 3.2.3) en de Activiteitenregeling milieubeheer (par 3.2.3). Binnen de zoeklocaties zoals die nu zijn opgenomen in het concept windbeleid zijn ook woningen aanwezig. Bij de realisatie van windmolens binnen de zoekgebieden moet rekening gehouden worden met de hiervoor genoemde regels. Dat betekent in de praktijk dat de windmolens ver genoeg van de woningen staan om hinder of gevaarsituaties te voorkomen. Hiervoor worden de plannen voor het plaatsen van windmolens getoetst aan de geldende wet- en regelgeving in Nederland, die staan in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.

Als er geen enkele participatie is vanuit de omgeving, wordt dan afgezien van windturbines? 

Antwoord: als er geen participatie is, is dat een onwenselijke situatie. We zetten als gemeente er vol op in om participatie mogelijk te maken in projecten, bijvoorbeeld in de vorm van een corporatie. Daar willen we de inwoners ook bij helpen. 
Maar als er geen lokale participatie is, is dat geen garantie dat het project niet doorgaat. In het windbeleid is een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemers opgenomen die participatie bij de voorbereiding, realisatie en het gebruik van een windproject mogelijk moet maken. Als participatie uiteindelijk niet lukt, maar er wel een voldoende inspanning is geleverd om die participatie mogelijk te maken, dan is dit geen reden om een vergunningaanvraag te weigeren. Medewerking kan wel geweigerd worden als er, naar het oordeel van B&W, onvoldoende inspanningen zijn verricht om participatie mogelijk te maken. Omdat gebruik gemaakt moet worden van gronden in eigendom van derden ligt het voor de hand dat er alleen al daarom sprake zal zijn van participatie om de medewerking van de lokale grondeigenaar te verkrijgen. 
Wat de gemeenten betreft gaat die participatie overigens veel verder dan alleen de grondeigenaar, zo blijkt ook uit de beleidsregels die daar voor opgenomen zijn in het concept windbeleid. Een vergunning kan en zal alleen verleend worden als naast de participatie-inspanningen ook voldaan wordt aan de overige geldende regels en normen. Dit als waarborg voor de leefomstandigheden rondom de molens. Het is aan het college en de gemeenteraad om te beoordelen of er voldoende ingezet is op lokale participatie. 

Alternatieve vormen van energie

Waterstof wordt al jaren gebruikt, een inmiddels bekende techniek. Waarom wordt dat niet gebruikt om ook huizen te verwarmen? 

Antwoord: waterstof wordt vooral in de industrie al gebruikt als energiebron. Echter: voor opwekking van waterstof ook veel energie nodig, dat zal ergens vandaan moeten komen. Die elektriciteit zal ook duurzaam moeten zijn, bijvoorbeeld met zonne- en windenergie. Bovendien is de productie van dit duurzame gas relatief duur, wat betekent dat men vaak meer zou moeten gaan betalen dan voor een ander duurzaam alternatief. Daarom is het nu nog niet geschikt om toe te passen in huishoudens.