Schadeverzoek inwoners Luttermolenveld afgewezen

In 2016 hebben 48 bewoners van het Luttermolenveld de gemeente gedagvaard. Zij vonden het oneerlijk dat bewoners die niet hebben meebetaald aan de bestemmingswijziging van het toenmalige recreatiepark naar een woonwijk toch een woonbestemming hebben gekregen op hun woning. De rechtbank heeft de eisen van de bewoners in 2018 afgewezen. Hiertegen zijn 43 bewoners in beroep gegaan. En op 17 december 2019 heeft het gerechtshof het beroep afgewezen. Belangrijkste conclusie: de bewoners hebben op verzoek van de projectontwikkelaar een financiële bijdrage geleverd, niet op verzoek van de gemeente.

De zaak op een rijtje

De basisfeiten: In de periode tussen 2005 en 2007 heeft ongeveer 95% van de bewoners van het Luttermolenveld zich verplicht mee te betalen aan de omzetting van het toenmalige recreatiepark in een woonwijk. In 2016 hebben 48 bewoners de gemeente gedagvaard. De zaak is afgewezen waartegen bewoners in beroep zijn gegaan. Zij vinden het achteraf oneerlijk dat bewoners die niet hebben betaald (de free riders) een woonbestemming hebben gekregen voor hun woning. Ze stellen dat de gemeente de bewoners bij haar geschil met de projectontwikkelaar heeft betrokken en hen de financiële klap op heeft laten vangen door hen onjuist te informeren en hen onder druk te zetten om een financiële bijdrage te betalen aan de projectontwikkelaar.

Oordeel van het hof:


De bewoners hebben met projectontwikkelaar afgesproken een bijdrage te betalen om de bestemmingswijziging te realiseren. De gemeente heeft geen doorslaggevende rol gespeeld, geen onjuiste informatie gegeven en ook verder niet onrechtmatig gehandeld. Het vonnis van de rechtbank, waarin de vorderingen van de bewoners zijn afgewezen, wordt bekrachtigd door het hof.  

Wethouder Nijhuis: “het is goed dat er in deze langlopende kwestie rond de bestemmingsplanwijziging van het Luttermolenveld nu eindelijk duidelijkheid is gekomen met dit arrest. De uitspraak van het hof is een bevestiging dat de gemeente Losser zorgvuldig en correct heeft gehandeld in dit complexe proces om van een recreatiepark een volwaardige woonwijk te maken”. Gezien het feit echter dat meerdere bewoners in beroep zijn gegaan kan ik me voorstellen, zoals wel eens vaker bij rechtszaken, dat niet iedereen blij is met deze uitspraak. Het schept echter wel duidelijkheid en ik hoop dat vele betrokkenen hier nu een streep onder kunnen zetten.”

Uitspraak van het hof
Het gerechtshof doet een aantal duidelijke uitspraken over de grieven van de bewoners. De belangrijkste staan hieronder. 

Standpunt bewoners: Raad van Staat zou geoordeeld hebben dat de gemeente geen vergoeding had mogen vragen voor de bestemmingswijziging 
Het gerechtshof: Standpunt van de bewoners is onjuist. De Raad van State heeft niet beslist dat geen bijdrage gevraagd mocht worden voor de bestemmingswijziging. De Raad van State heeft wel beslist dat de gemeente de free riders bestemmingswijziging niet mocht weigeren, alleen maar omdat zij niet hadden meebetaald.

Standpunt bewoners: Gemeente heeft ons op het verkeerde been gezet door te zeggen dat het voor het wijzigen van de bestemming een bijdrage in de kosten noodzakelijk is.
Het gerechtshof: De gemeente heeft de bewoners niet verkeerd voorgelicht. De bewoners hebben een financiële bijdrage betaald aan de projectontwikkelaar om de bestemmingswijziging mogelijk te maken. Dat een aantal bewoners niet hebben betaald en toch profiteert voelt voor de bewoners oneerlijk, maar dat maakt het handelen van de gemeente niet onrechtmatig. 
Ook wisten de bewoners vanaf het begin dat er free riders zouden zijn. De projectontwikkelaar zou immers de overeenkomst met de gemeente pas sluiten en de bestemmingswijziging uitvoeren als 95% van de bewoners zou meebetalen. De resterende 5% zou altijd meeprofiteren van de gerealiseerde bestemmingswijziging. 

Standpunt bewoners: De gemeente heeft ons laten opdraaien voor de kosten zodat de ontwikkelaar zijn schadeclaim tegen de gemeente zou intrekken.
Het gerechtshof wijst de stellingname af. Dat de gemeente met de projectontwikkelaar een overeenkomst sloot en daarmee de claim van tafel kreeg betekent volgens het hof niet dat de gemeente van de bewoners eiste dat zij aan de projectontwikkelaar moesten betalen. 

Standpunt bewoners: De gemeente had de door de projectontwikkelaar bedachte constructie moeten tegenhouden.
Het gerechtshof verwerpt deze stelling. Het is waar dat de projectontwikkelaar extra financiering nodig had om de bestemmingswijziging uit te kunnen voeren en het park als woonwijk af te maken. De bewoners zouden daarvan profiteren. De projectontwikkelaar heeft daarom een bijdrage gevraagd. Waarom de gemeente deze constructie moest voorkomen, hebben de bewoners naar het oordeel van het hof niet duidelijk kunnen maken.

Het hof stelt vast dat de bestemmingswijziging in ieders belang was en voor alle partijen voordelig is geweest. De gemeente raakte verlost van de handhavingsproblematiek en de toenmalige juridische geschillen. De projectontwikkelaar kon de gestagneerde ontwikkeling voortzetten. Voor de bewoners betekende de wijziging een aanzienlijke positieverbetering, aldus het hof. Zij hoefden niet meer te vrezen voor handhaving, de woonwijk zou passend worden ingericht en de woningen kregen een aanzienlijke waardevermeerdering, die de bijdrage die de bewoners moesten betalen zou overtreffen.